Huisvesting
Honden zijn van nature roedeldieren. Voor een gelukkige hond is het belangrijk dat hij onderdeel is van het gezin en dus in huis leeft.
Alleen zijn: Laat een hond niet langer dan 4 tot 6 uur achter elkaar alleen. Puppy's kunnen nog maar heel kort alleen blijven. Zij hebben goede opvoeding en begeleiding nodig om dit stap voor stap te leren.
Rustplek: Geef je hond een eigen mand en bench op een rustige plek uit de tocht. Dit is hun veilige plek om zich terug te trekken en te slapen.
De bench: Ideaal voor zindelijkheidstraining en om te voorkomen dat je nieuwsgierige pup spullen in huis sloopt.
Verzorgen en hanteren
Er zijn veel verschillende hondenrassen, bij elk ras en karakter is de verzorging en hantering anders. Laat je hierover adviseren en inlezen.
Vacht: Langharige rassen hebben meer aandacht nodig dan kortharige rassen. Zorg dat je pup op tijd went aan de verzorging.
Hondentrimmer: Bij sommige vachtsoorten is het makkelijker om een hondentrimmer te bezoeken. Deze kan ook helpen met nagels knippen en tandenpoetsen.
Uitlaten: Doe dit minimaal vier keer per dag op vaste tijden. Bij puppy’s moet het vaker. Vergeet hierbij geen hondenpoepzakjes mee te nemen.
Voeding
Honden zijn van nature grotendeels vleeseters, maar ze kunnen ook plantaardig voedsel opnemen. Bij hondenvoer wordt er onderscheidt gemaakt tussen voer voor puppy’s en volwassen honden. Ook is er voeding voor bepaalde rassen of specifieke aandoeningen. Hoeveel voer uw hond nodig heeft, is afhankelijk van zijn leeftijd, gewicht en activiteit. Laat u hiervoor adviseren door een medewerker. Naast het voer wat de hond nodig heeft, dient er altijd vers water aanwezig te zijn.
Geef volwassen honden twee à drie keer per dag te eten. Puppy’s eten in het begin vier keer per dag en later kan men overstappen naar drie keer per dag. Wanneer u een puppy koopt, adviseren wij om de eerste twee weken dezelfde voeding te geven wat de fokker voert. Meng bij omschakelen naar een andere voeding de eerste twee weken het oude en het nieuwe voer door elkaar. Dit voorkomt buikpijn en diarree.
Ontwormen en ontvlooien
Alle puppy’s hebben wormen. Deze wormen krijgt de puppy via de moeder tijdens de dracht en via de moedermelk mee. Een puppy moet op de leeftijd van 2, 4, 6 en 8 weken ontwormd worden. Dit doet de fokker als het goed is. Daarna dient u de puppy tot de leeftijd van 6 maanden elke maand te ontwormen. Vervolgens raden wij aan om de hond daarna ten minste elke 3 maanden te ontwormen. Daarnaast moet u de puppy ook ontvlooien. Vlooien veroorzaken jeuk, kunnen lintworm overbrengen en sommige honden zijn allergisch voor een vlooienbeet. De meeste vlooienmiddelen zijn één maand werkzaam.